Dyslexie en dyscalculie bij cognitieve capaciteitentests vragen om een zorgvuldige aanpak. Dyslexie en dyscalculie zeggen niet automatisch iets over iemands cognitieve capaciteiten, maar kunnen wel invloed hebben op de manier waarop bepaalde onderdelen van een cognitieve capaciteitentest worden verwerkt.
Voor deelnemers met dyslexie of dyscalculie kunnen assessments met cognitieve capaciteitentests extra uitdagend zijn. Vooral onderdelen waarbij taal of cijfers een rol spelen, zoals analogieën, verbaal redeneren of cijferreeksen, kunnen lastig zijn. Ook het lezen van instructies bij andere testonderdelen kan vertraging veroorzaken en het tempo beïnvloeden.
Assessmentbureaus hanteren verschillende werkwijzen bij deelnemers met dyslexie of dyscalculie. Sommige bureaus bieden extra lees- of verwerkingstijd wanneer een deelnemer dit vooraf aangeeft. Andere bureaus kiezen ervoor om de standaardafname voor alle kandidaten gelijk te houden en eventuele beperkingen uitsluitend mee te nemen in de interpretatie van de resultaten.
Bij SLIM Assessments sluiten wij aan bij de richtlijnen van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). De Algemene Standaard Testgebruik (AST-NIP, criterium 1.2.6) stelt dat psychologen rekening dienen te houden met specifieke individuele kenmerken wanneer deze van invloed kunnen zijn op de interpretatie van testresultaten. Het doel hiervan is om te voorkomen dat de uitslag onbedoeld wordt beïnvloed en om de validiteit en betrouwbaarheid van de beoordeling zoveel mogelijk te waarborgen [3].
In de volgende sectie beschrijven wij hoe wij deze uitgangspunten in de praktijk toepassen binnen onze assessments.
Onderzoek laat zien dat mensen met dyslexie niet per definitie over lagere cognitieve capaciteiten beschikken, maar dat bepaalde testvormen hen wel kunnen benadelen. Zo blijkt uit onderzoek van Ackerman, Dykman en Gardner (1990) dat mensen met dyslexie gemiddeld lager scoren op verbale onderdelen en verwerkingstijd, terwijl verschillen op non-verbale redeneertaken veel kleiner zijn of soms zelfs afwezig zijn.
Ook blijkt uit onderzoek van Elliott en Grigorenko (2014) dat tijdsdruk een belangrijke rol kan spelen. Wanneer deelnemers met dyslexie extra tijd krijgen, worden verschillen met niet-dyslectische deelnemers aanzienlijk kleiner. Dit suggereert dat een deel van de lagere scores niet zozeer samenhangt met het onderliggende cognitieve vermogen, maar met de snelheid waarmee taalgerelateerde informatie verwerkt kan worden.
Dit betekent niet dat iedere deelnemer met dyslexie dezelfde ondersteuning nodig heeft. Wel laat het onderzoek zien dat zonder passende aanpassingen het risico bestaat dat cognitieve capaciteiten worden onderschat, met name bij taal- en snelheidsintensieve testonderdelen.
Bij selectie- en potentieelassessments met een selecterend karakter kunnen deelnemers met dyslexie 20% extra tijd krijgen op verbale onderdelen, voor zover snelheid of taaltechnische vaardigheden geen essentieel onderdeel van de functie vormen. Voor deelnemers met dyscalculie geldt hetzelfde principe bij numerieke onderdelen.
Voor deze aanpassingen vragen wij een officiële verklaring van dyslexie of dyscalculie. Op die manier kunnen wij zorgvuldig beoordelen welke ondersteuning passend is en blijft de werkwijze in lijn met de richtlijnen van het NIP.
Wij maken hierbij geen gebruik van aparte normgroepen. De resultaten worden vergeleken met dezelfde normgroep als die van andere deelnemers. De extra tijd is bedoeld om de invloed van dyslexie of dyscalculie op de testafname te beperken, niet om het onderliggende cognitieve niveau te veranderen. Hierdoor blijven de uitslagen goed interpreteerbaar en vergelijkbaar.
Bij ontwikkelassessments ligt de nadruk niet op selectie, maar op inzicht en ontwikkeling. Daarom zijn extra tijd en andere passende ondersteuning beschikbaar voor deelnemers die aangeven last te hebben van dyslexie of dyscalculie. Een officiële verklaring is hierbij niet noodzakelijk.
Ook binnen ontwikkelassessments maken wij geen gebruik van aparte normgroepen. Hierdoor blijven de resultaten vergelijkbaar met de algemene normgroep en ontstaat een zo zuiver mogelijk beeld van iemands cognitieve capaciteiten, leervermogen en ontwikkelmogelijkheden.
Wanneer je dyslexie of dyscalculie hebt, zijn er een aantal dingen die je kunt doen om goed voorbereid aan een cognitieve capaciteitentest deel te nemen.
Allereerst kan het helpen om vooraf te oefenen met voorbeeldopgaven. Hierdoor raak je vertrouwd met de vraagstelling, de opbouw van de test en de manier waarop antwoorden worden gevraagd. Dit kan spanning verminderen en ervoor zorgen dat je minder wordt beïnvloed door onbekendheid met het testformat.
Daarnaast adviseren wij om dyslexie of dyscalculie tijdig bij ons te melden. Bij voorkeur gebeurt dit enkele dagen vóór de assessmentdag, zodat eventuele aanpassingen zorgvuldig kunnen worden voorbereid. Uiteraard kun je dit ook op de assessmentdag zelf nog bespreken met de psycholoog.
Neem je deel aan een selectie- of potentieelassessment waarvoor een officiële verklaring nodig is? Neem deze dan mee naar het assessment. Om je privacy zo goed mogelijk te beschermen, vragen wij je om de verklaring niet vooraf per e-mail toe te sturen. De verklaring wordt uitsluitend gebruikt voor het beoordelen van passende aanpassingen binnen het assessment.
Dyslexie en dyscalculie zeggen niet automatisch iets over iemands cognitieve capaciteiten. Wel kunnen zij invloed hebben op de manier waarop bepaalde onderdelen van een cognitieve capaciteitentest worden verwerkt. Daarom vinden wij het belangrijk om hier binnen assessments op een zorgvuldige, transparante en wetenschappelijk onderbouwde manier mee om te gaan.
Bij SLIM Assessments streven wij ernaar dat deelnemers hun cognitieve capaciteiten zo goed mogelijk kunnen laten zien, terwijl de betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid van de testresultaten behouden blijven. Door waar nodig passende aanpassingen toe te passen, voorkomen we dat kandidaten onnodig worden benadeeld door factoren die niet relevant zijn voor de vraagstelling van het assessment.
Wilt u meer weten over onze aanpak? Lees dan meer over onze cognitieve capaciteitentests of bekijk onze assessmentprocedure. Uiteraard kunt u ook vrijblijvend contact met ons opnemen wanneer u vragen heeft over dyslexie, dyscalculie of de mogelijkheden binnen een assessment.
[1] Ackerman, P. L., Dykman, R. A., & Gardner, L. (1990). Adult dyslexics: Cognitive and academic performance. Journal of Learning Disabilities, 23(3), 178–188.
[2] Elliott, J. G., & Grigorenko, E. L. (2014). The Dyslexia Debate. Cambridge University Press.
[3] Algemene Standaard Testgebruik NIP (AST-NIP), criterium 1.2.6: Toepassing psychodiagnostische instrumenten bij cliënten met specifieke individuele kenmerken.