Persoonlijkheidsprofiel schoolleider: inzicht en vergelijking

Geplaatst op 14 juli 2025

Als schoolleider bepaalt uw persoonlijkheidsprofiel in sterke mate hoe u leidinggeeft, beslissingen neemt en samenwerkt met uw team. Het persoonlijkheidsprofiel schoolleider biedt inzicht in kernkwaliteiten zoals betrouwbaarheid, stressbestendigheid en sociaal gedrag. Bij SLIM Assessments bekijken we deze eigenschappen altijd in de context van schoolleiders, door ze te vergelijken met een specifieke normgroep in plaats van met de gemiddelde Nederlander. Zo krijgt u een realistisch beeld van hoe uw persoonlijkheid zich verhoudt tot vakgenoten.

Persoonlijkheidsprofiel schoolleider als fundament van leiderschap

Persoonlijkheid vormt een vast onderdeel van onze selectie- en ontwikkelassessments, omdat deze eigenschappen essentiële bouwstenen zijn voor competenties en talent [1,2]. Ook de Beroepsstandaard voor schoolleiders in het primair onderwijs benadrukt dat persoonlijkheid van invloed is op competenties en daarmee op de stijl van leidinggeven.

Wij werken met het internationaal wetenschappelijk gevalideerde HEXACO-model van zes basiseigenschappen [3]:

  • H – Honesty-Humility (Integriteit)
  • E – Emotionality (Emotionaliteit)
  • X – eXtraversion (Extraversie)
  • A – Agreeableness (Verdraagzaamheid)
  • C – Conscientiousness (Consciëntieusheid)
  • O – Openness to Experience (Openheid voor Ervaringen)

Deze eigenschappen zijn universeel, relatief stabiel en grotendeels genetisch bepaald [4]. Daarnaast vormen ze de ‘hardware’ van een persoon: de basis waarop kennis, vaardigheden en competenties (‘software’) worden ontwikkeld [5].

Hoe het persoonlijkheidsprofiel schoolleider afwijkt van de gemiddelde Nederlander

Ons onderzoek – naar ons weten het eerste in Nederland waarin schoolleiders in termen van HEXACO zijn vergeleken met de algemene bevolking – laat zien dat schoolleiders gemiddeld hoger scoren op Integriteit en Extraversie. De data zijn verzameld in een assessmentcontext, gericht op selectie, loopbaan en ontwikkeling, wat de relevantie voor praktisch schoolleiderschap versterkt. Dit sluit aan bij het zogeheten ASA-model (Attraction-Selection-Attrition) [7]. Dit model stelt dat mensen zich aangetrokken voelen tot omgevingen die bij hun persoonlijkheid passen (Attraction), dat organisaties bij selectie voorkeur geven aan mensen die passen bij de cultuur en waarden (Selection), en dat degenen die niet goed passen de organisatie vaak verlaten (Attrition).

In het geval van schoolleiders betekent dit dat het hogere niveau van Integriteit en Extraversie deels verklaard kan worden doordat personen met deze eigenschappen eerder leidinggevende functies in het onderwijs kiezen, geselecteerd worden door de organisatie en blijven in hun functie.

  • Integriteit (Honesty-Humility)
    Hoogscorende schoolleiders zijn minder geneigd tot manipulatie of regeloverschrijding en hebben minder interesse in status of materiële luxe. Daarom kiezen mensen met deze eigenschap vaker voor functies in de non-profit sector [6].
  • Extraversie (eXtraversion)
    Hoger scoren op Extraversie betekent meer op je gemak zijn bij leidinggeven, presenteren en sociale interacties. Dit helpt schoolleiders bijvoorbeeld bij het aangaan en onderhouden van contacten, intern en extern. Eerder onderzoek toont aan dat leidinggevenden over het algemeen extraverter zijn dan niet-leidinggevenden [7].

Op de andere HEXACO-dimensies zijn de verschillen kleiner, maar nog steeds relevant bij beoordeling van het persoonlijkheidsprofiel schoolleider.

persoonlijkheidsprofiel schoolleider

Het belang van een schoolleidersspecifieke normgroep

Wanneer we een schoolleider vergelijken met de gemiddelde Nederlander, kan iemand op Extraversie bijvoorbeeld “hoog” scoren. Maar vergeleken met andere schoolleiders kan dezelfde score “gemiddeld” of zelfs “laag” uitvallen.

Dat verschil is essentieel in:

  • Selectie – Realistische beoordeling van eigenschappen die specifiek in het schoolleiderschap van belang zijn.
  • Ontwikkeling – Feedback die beter aansluit bij vakgenoten en context.

Door te werken met een schoolleidersspecifieke normgroep kunnen we het persoonlijkheidsprofiel schoolleider nauwkeuriger duiden en beter voorspellen welk gedrag iemand in de praktijk zal laten zien.

Grenzen en nuanceringen bij het persoonlijkheidsprofiel schoolleider

Persoonlijkheid voorspelt niet één-op-één leiderschapseffectiviteit. Context en motivatie spelen altijd mee [8]. Zo voorspelt Extraversie vaker transformationeel leiderschap [9,10], maar dit betekent niet dat elke extraverte schoolleider zich altijd zo gedraagt. Omgekeerd kunnen introvertere schoolleiders dit gedrag ook vertonen, maar vaak met meer inspanning.

Het kennen van het eigen persoonlijkheidsprofiel schoolleider helpt schoolleiders om hun natuurlijke sterke punten bewust in te zetten en te begrijpen waar gedrag meer wilskracht of training vereist.

Conclusie

De persoonlijkheid van schoolleiders wijkt op bepaalde punten af van die van de gemiddelde Nederlander, vooral op Integriteit en Extraversie. Met onze schoolleidersspecifieke normgroep en data uit assessmentcontexten maken wij vergelijkingen die relevant, eerlijk en voorspellend zijn. Dit merkt u direct in de kwaliteit van onze selectie- en ontwikkeladviezen.

Meer weten over schoolleidersassessments en persoonlijkheid in context? Klik hier voor uitgebreide informatie en praktische toepassingen.

Bronnen

deel 1

[1] Beroepsstandaard voor schoolleiders in het Primair Onderwijs.
[2] Hurtz, G.M., & Donovan, J.J. (2000). Personality and job performance: The Big Five revisited. Journal of Applied Psychology, 85, 869–879.
[3] De Vries, R.E., Ashton, M.C., & Lee, K. (2009). De zes belangrijkste persoonlijkheidsdimensies en de HEXACO Persoonlijkheidsvragenlijst. Gedrag & Organisatie, 22, 232–274.
[4] Plomin, R., Fulker, D.W., Corley, R., & DeFries, J.C. (1997). Nature, nurture, and cognitive development from 1 to 16 years: a parent-offspring adoption study. Psychological Science, 8, 442–447.
[5] Van der Maesen de Sombreff, P., & Schakel, L. (1999). Wat zijn competenties niet?

deel 2

[6] Schneider, B. (1987). The people make the place. Personnel Psychology, 40(3), 437–453.
[7] Schneider, B., Goldstein, H.W., & Smith, D.B. (1995). The ASA framework: An update. Personnel Psychology, 48, 747–773.
[8] Judge, T.A., Bono, J.E., Ilies, R., & Gerhardt, M.W. (2002). Personality and leadership: A qualitative and quantitative review. Journal of Applied Psychology, 87(4), 765–780.
[9] Judge, T.A., & Bono, J.E. (2000). Five-factor model of personality and transformational leadership. Journal of Applied Psychology, 85, 751–765.
[10] Bono, J.E., & Judge, T.A. (2004). Personality and transformational and transactional leadership: A meta-analysis. Journal of Applied Psychology, 89(5), 901–910.


Terug naar de overzicht