Vaak gestelde vragen

Hieronder kunt u een aantal vaak gestelde vragen zien die wij krijgen met betrekking tot het schoolleidersassessment.

1. Ik ben al geregistreerd bij de NSA als Registerdirecteur. Moet ik me nu opnieuw inschrijven en registreren?
Ja, u moet zich opnieuw inschrijven en registreren in het Schoolleidersregister PO. Uw NSA registratiegegevens worden niet overgezet in het Schoolleidersregister PO. 

2. Wat is het verschil tussen een assessment en een EVC-procedure?
Wanneer u geen schoolleidersopleiding heeft gevolgd kunt u ervoor kiezen om een toetsend assessment of een EVC-procedure af te leggen. Beide methoden toetsen of u beschikt over de basiskwalificaties die beschreven staan in de beroepsstandaard voor schoolleiders in het po. Maar er zijn ook een aantal verschillen:

  1. Een toetsend assessment duurt over het algemeen een dag, voor een EVC-procedure moet u rekenen op een traject van meerdere weken.
  2. Bij een EVC-procedure maakt u een portfolio met uw eerder opgedane ervaring en kennis (praktijkervaring, opleidingen, cursussen). Het geheel toont dat u voldoet aan de basiskwalificaties. Tot besluit van het traject volgt een eindgesprek. Bij een assessment wordt uw kennis en ervaring gedurende één dag getoetst.

3. Kan ik mij inschrijven als ik niet werkzaam ben als schoolleider?
Nee, bij de inschrijving is het verplicht om een dienstverband op te voeren? De verplichting van inschrijven betreft een cao-bepaling. Een van de criteria voor inschrijving en registratie zoals opgenomen in het registerreglement is dat men daadwerkelijk werkzaam moet zijn als schoolleider.

4. Kom ik in aanmerking voor het schoolleidersassessment?
U komt bij ons in aanmerking voor het schoolleidersassessment wanneer u:

  1. minimaal één jaar werkervaring heeft als schoolleider (benoemd of aangesteld in schaal AB tot en met AE en DA tot en met DC+) in het primair onderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs;
  2. minimaal 6 maanden werkervaring heeft als schoolleider in het primair onderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs (benoemd of aangesteld in schaal AB tot en met AE en DA tot en met DC+) en u minimaal 6 maanden coördinerende of leidinggevende ervaring heeft binnen (teamleider, afdelings- /bouwcoördinator e.d.) of buiten het onderwijs.

Deze minimale werkervaring is nodig omdat ons assessment een toetsend karakter heeft. Zo denken en handelen wij bij het interview volgens de STAR-methode: situatie, taak, aanpak, resultaat. Het betekent dat er zo concreet mogelijk over feitelijk gedrag gepraat wordt. Als kandidaat moet u dus altijd concrete gedragsvoorbeelden bij de hand hebben, hetgeen enkel mogelijk is met enige relevante (leidinggevende) werkervaring (in het onderwijs).

5. Kan ik mij als interim-manager ook registreren met behulp van jullie schoolleidersassessment?
Ja, mits u aan de voorwaarden van minimale werkervaring (in het onderwijs) voldoet weergegeven bij vraag 4. Verder dient u zich er van bewust te zijn dat bij de inschrijving het verplicht is een dienstverband op te voeren. Omdat bij ons de rapportage (incl. registratie-advies) twee jaar geldig is, dient u als interim-manager op het moment van  assessmentafname zelf of binnen de daaropvolgende twee jaar wel een klus als schoolleider in het primair of (voortgezet) speciaal onderwijs te hebben om zich vervolgens in te kunnen schrijven en te registreren.

6. Waarin onderscheidt jullie assessment zich van andere aanbieders?
Omdat wij als eerste aanbieder (eind 2014) zijn opgenomen in het register hebben wij inmiddels veel kennis en ervaring opgedaan met betrekking tot zowel het uitvoeren van individuele schoolleidersassessments als de implementatie van grote trajecten in het kader van registratie op stichtingsniveau (incl. teamanalyses). Ook hebben wij hierdoor veel data kunnen verzamelen waardoor wij schoolleiderspecifieke normgroepen kunnen gebruiken en een zeer representatieve benchmark hebben. Andere belangrijke onderscheidende elementen van ons assessment staan hieronder weergegeven.

  • Twee beoordelaars. Een belangrijk onderscheid is dat wij bij de interactiemomenten (interview, presentatieoefening en praktijkoefening) altijd twee beoordelaars (een psycholoog NIP en een onderwijs domeindeskundige) inzetten die onafhankelijk van elkaar beoordelen. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat het werken met meerdere beoordeelaars een positieve invloed heeft op de betrouwbaarheid van het assessment.
  • Meergraden feedbackscan. Een ander belangrijk onderscheid is dat wij – met behulp van een meergraden feedbackscan – in het assessment ook de mening van uw collega’s betrekken. Hierdoor krijgt u een vergroot inzicht in hoe u op anderen overkomt en kunnen wij uw zelfbeeld vergelijken met het beeld dat anderen van u hebben.
  • Persoonlijke face-to-face terugkoppeling. Bij ons krijgt u altijd een persoonlijke face-to-face terugkoppeling over uw resultaten (in tegenstelling tot een beknopte telefonische terugkoppeling), hetgeen op een andere dag geschiedt dan de afname van het assessment. Wij geloven in de kracht en meerwaarde van interactie en dat een persoonlijke nabespreking kan bijdragen aan het begrip en de acceptatie van de door ons gegeven ontwikkeladviezen.

Hieronder kunt u een aantal vaak gestelde vragen zien die wij krijgen met betrekking tot assessments in het algemeen.

7. Waarom maakt een cognitieve capaciteitentest deel uit van het assessment? Is mijn diploma niet afdoende?
Een capaciteitentest geeft een beeld van iemands cognitieve capaciteiten. Omdat dit een krachtige voorspeller is van het toekomstig functioneren in de praktijk, geldt de test als een waardevol assessmentonderdeel. Een afgeronde opleiding geeft een veel minder scherp beeld over iemands denkniveau, omdat de ene opleiding veel moeilijker is dan de andere of slechts een beroep doet op specifieke capaciteiten. Ook kan het zijn dat iemand een opleiding vooral op inzet en doorzettingsvermogen behaald heeft, waardoor het diploma minder zegt over zijn of haar denkkracht. Dat het cognitief vermogen van personen binnen een opleidingsniveau sterk kan variëren, is terug te zien in de resultaten binnen een zgn. normgroep. Hoewel iedereen binnen die normgroep een opleiding op hetzelfde niveau heeft afgerond, is het verschil in scores op de cognitieve capaciteitentest tussen deze personen groot. Daarom maakt zo’n test als indicator van denkkracht deel uit van een assessment’.

8. Heeft het zin om te oefenen met intelligentietests of cognitieve capaciteitentests?
Ja, oefenen maakt onderdeel uit van een goede voorbereiding. Dit geldt in het bijzonder wanneer u nog nooit een intelligentietest of cognitieve capaciteitentest hebt gemaakt of wanneer dit een lange tijd geleden is. U wordt er niet slimmer van, maar u kunt uw resultaat wel opschroeven.

9. Ziet de opdrachtgever altijd mijn (test)resultaten?
Nee, tenzij u hier toestemming voor geeft. Wij werken volgens de beroepscode van psychologen (NIP). Volgens deze code heeft u als kandidaat het blokkeringsrecht, wat inhoudt dat u aangeeft dat wat er uit het assessment komt niet doorgestuurd wordt naar de organisatie.